Het is dag 12 en inmiddels ben ik verder dan ik voor mogelijk hield: écht gestopt met roken, nog steeds. De dagen voor 'het uur U' waren moeilijk. Mijn lichaam moest een beetje met de Champix leren omgaan en vooral... ik zag op tegen het 'verliezen' van iets waar ik al bijna dertig jaar op kon terugvallen.
Ze waren er altijd als ik ze nodig had... Op het schoolplein, waar ik liet zien dat ook ik stoer was. In grauwe tijden van ziekte en overlijden brachten ze afleiding, zelfs iets dat op ontlading leek, al was het maar even.
De mooiste en beste heldinnen van vroeger rookten allemaal... ook op het witte doek. En de sigaret redde me in onhandige situaties waarin ik me geen houding kon geven.
Soms fungeerde mijn sigaretten ook als "wortel", oftewel beloningsmechanisme. Na elk suf klusje: een sigaret. En grappig genoeg verbeterden goed gedoseerde sigaretten mijn inspanning en ontspanning. Bij het schrijven van beleidsstukken hielpen de sigaretten mijn concentratie verder. Even pauze, ontspannen? Peuk erbij!
Moeilijk moment in een lastig gesprek met een medewerker, baas of geliefde? Mijn sigaret bood uitkomst: even niets hoeven zeggen maar je onderdompelen in het ritueel van pakje grijpen. sigaret pakken, aansteker, het vuur erin en dan die eerste diepe teug...
Maar ja, toen kwam de ommezwaai in mijn relatie met sigaretten. Zag ik in hoe selectief mijn waarneming was, hoe ik me afsloot voor alle slechte dingen die het roken met zich meebracht... ik wilde het gewoon niet weten. En ondertussen werd ik steeds wat kortademiger, kreeg ik elk jaar wel een luchtweginfectie, sudderde elke verkoudheid weken lang door.
En riep ik bij elke peuk die ik in de buurt van kinderen opstak: "Rokers zijn dom en begin er nooit aan!"









